Zonneflits 28-8

School waar je leert samenleven; de gouden weken en goed parkeren

Gouden weken

De eerste dagen en weken in het onderwijs worden ook wel de gouden weken genoemd. In die periode wordt de groep gevormd. Er worden goede afspraken gemaakt, we leren elkaar beter kennen en ontdekken hoe we met elkaar willen omgaan. Als dat goed lukt, hebben we inderdaad goud in handen en hebben we daar de rest van het schooljaar profijt van.

Laten we als volwassenen de start van het schooljaar ook zo aangaan. Leef het goede voor. Laat aan de kinderen zien dat wij als volwassenen op een goede en verstandige manier met elkaar omgaan. Dat verschillen er mogen zijn. Dat we het niet altijd met elkaar eens hoeven te zijn, maar dat we er uiteindelijk samen weer uitkomen. Niet altijd naar ieders volledige tevredenheid, maar wel op een manier waarbij we elkaar blijven respecteren.

En dan is het maar een klein bruggetje naar iets heel praktisch: het parkeren rond de school.

Zoals bekend is er waarschijnlijk geen school in Nederland waar genoeg parkeerplaatsen zijn voor de ouders van alle kinderen. Dat betekent dat we daar rekening mee moeten houden. Zeker als het gaat om de veiligheid van de kinderen.

Daarom op De Zonnewijzer een paar eenvoudige richtlijnen:

Bij voorkeur komen we lopend of op de fiets naar school.

We parkeren alleen in de parkeervakken. Is het druk? Dan is de parkeerplaats bij Albert Heijn een prima alternatief. Precies één minuut lopen!

In het hofje aan de achterzijde van de school mag niet geparkeerd worden, op een paar uitzonderingen na (zie hieronder).

We parkeren niet dubbel en rijden zeker niet over het fietspad.

Komende maandag èn woensdag gaan verschillende bovenbouwgroepen op schoolkamp. Dat betekent dat er die ochtenden (nog) minder parkeerplaatsen beschikbaar zijn dan gewoonlijk. Ook aan de achterzijde van de school zal het drukker zijn, met auto’s die worden geladen en gelost.

 

Misschien is dit allemaal heel vanzelfsprekend. En eigenlijk is dat precies de bedoeling. Samenleven zit vaak in kleine dingen: even een stukje verder lopen, wachten, ruimte geven en rekening houden met een ander.

 

‘School waar je leert samenleven.’

Het is een mooie visie op ons onderwijs. Natuurlijk leren kinderen bij ons lezen, rekenen en schrijven, en nog heel veel meer. Uiteindelijk willen we dat kinderen goed voorbereid de maatschappij in gaan.

Iedereen is in zijn of haar schoolloopbaan een aantal keer jongste in de stamgroep, later middelste en uiteindelijk oudste. Door verschillende leeftijden bij elkaar te plaatsen in de stamgroep, is er veel van elkaar te leren. Kinderen zijn immers verschillend. De oudsten helpen de jongere kinderen, maar uiteindelijk leren ze allemaal van elkaar. Naast, en soms ook tussendoor, al die momenten waarop de leerkracht instructie en uitleg geeft.

Dat gaat meestal goed. Maar samenleven is niet altijd gemakkelijk. Dagelijks zien we daar voorbeelden, ook in Nederland. Maar je hoeft het helemaal niet zo ver te zoeken. Denk maar eens aan die lastige buurvrouw om de hoek. Die rare oom die altijd zo aanwezig is op feestjes. Of die linksachter in je sportteam die echt nooit overspeelt. Vul zelf maar verder in... Dan wordt samenleven ineens een uitdaging.

Maar nog steeds geldt: we moeten het samen doen. Daar kunnen we niet zomaar onderuit. Iedereen maakt deel uit van de maatschappij en we zullen ons dus tot elkaar moeten verhouden. De buurvrouw is niet zomaar verhuisd, je oom blijft familie en die linksachter kan niet zomaar naar een ander team.

Ook op school komen kinderen dit soort situaties tegen. In Jenaplantaal noemen we dat een pedagogische situatie. Eigenlijk is het een kans om iets belangrijks te leren. Deze keer niet uit een boek, maar uit een situatie die zich in de praktijk voordoet. Meestal gaat dat heel soepel. Maar niet altijd.

Ook op De Zonnewijzer wordt bijvoorbeeld weleens gepest, wordt er een duw uitgedeeld of gebeurt er iets wat nog verder gaat. Dan wordt het ingewikkelder en moeilijker. Maar zeker niet onmogelijk.

Juist op die momenten leren kinderen iets over zichzelf en over de ander. Ze ontdekken dat er verschillende perspectieven zijn, dat gedrag gevolgen heeft (want er zijn grenzen) en soms ergens vandaan/door komt. En dat je soms moet zoeken naar een manier om weer verder te kunnen.

Dat is niet altijd gemakkelijk. En soms hebben wij daar, samen met de kinderen, als leerkrachten/ouders best even onze handen aan vol.

Maar uiteindelijk groeien kinderen (en wij) ook daardoor. In hun sociale vaardigheden, in hun weerbaarheid en in hun vermogen om met verschillen om te gaan.

En dat zijn lessen die je niet alleen op school nodig hebt.

Die kun je de rest van je leven goed gebruiken.

 

namens het team van De Zonnewijzer,

Karel Wolf